Regie op gegevensuitwisseling: zo houden scholen grip in een digitaal onderwijslandschap

Digitalisering biedt het onderwijs veel mogelijkheden. Tegelijkertijd werken scholen met steeds meer digitale systemen, applicaties en leveranciers. Dat maakt één vraag steeds belangrijker: wie bepaalt welke gegevens worden uitgewisseld, met wie, voor welk doel en onder welke voorwaarden?

Voor Stichting Edu-V begint digitale autonomie bij regie op gegevensuitwisseling. Niet door één centraal platform te bouwen of gegevens centraal op te slaan, maar door gezamenlijke afspraken te maken waarmee systemen veilig, betrouwbaar en gestandaardiseerd kunnen samenwerken.

Gegevens bij de bron

Regie betekent dat scholen grip hebben op de gegevens die binnen hun onderwijsprocessen worden uitgewisseld. Gegevens blijven daarbij zoveel mogelijk bij de bron: de plek waar ze worden beheerd. Ze worden alleen uitgewisseld wanneer dat nodig is en uitsluitend met partijen die daarvoor zijn geautoriseerd.

Zo blijft duidelijk waar gegevens zich bevinden, wie ze verwerkt en waarvoor ze worden gebruikt. Dat helpt scholen om zorgvuldig met gegevens van leerlingen en studenten om te gaan.

Niet één leverancier, maar gezamenlijke afspraken

Scholen werken met digitale leer- en onderwijsmiddelen van verschillende leveranciers. Zonder gezamenlijke afspraken organiseert iedere leverancier gegevensuitwisseling op een eigen manier. Dat maakt het voor scholen lastiger om overzicht te houden en het vergroot de afhankelijkheid van afzonderlijke systemen.

Stichitng Edu-V maakt daarom samen met leveranciers en scholen sectorbrede afspraken over onder meer interoperabiliteit, autorisatie, informatiebeveiliging en privacy. Stichting Edu-V schrijft daarbij niet voor hoe een applicatie eruit moet zien of hoe een leverancier deze technisch bouwt. Het afsprakenstelsel beschrijft wat functioneel mogelijk moet zijn; leveranciers behouden ruimte om daar zelf invulling aan te geven en te innoveren.

Regie die ook zichtbaar is

Een belangrijk onderdeel van die regie is expliciete autorisatie. Wanneer een school toestemming geeft voor een gegevensuitwisseling, wordt vastgelegd welke organisatie gegevens mag ontvangen, om welke gegevens het gaat en wanneer die autorisatie is verleend.

Scholen krijgen zo inzicht in de gegevensuitwisselingen die zij hebben geautoriseerd en kunnen deze waar nodig aanpassen. De technische complexiteit blijft zoveel mogelijk op de achtergrond: beveiligde verbindingen, certificaten en gezamenlijke standaarden ondersteunen de regie van de school, zonder die ingewikkelder te maken.

Vertrouwen en keuzevrijheid

Regie heeft alleen waarde als scholen erop kunnen vertrouwen dat gegevens veilig en zorgvuldig worden verwerkt. Daarom zijn informatiebeveiliging en privacy een vast onderdeel van het Edu-V-afsprakenstelsel. De Edu-V kwalificatie IBP en het Edu-V-keurmerk maken zichtbaar dat deelnemende leveranciers en producten aan de relevante eisen voldoen.

Door federatief samen te werken, blijven bestaande systemen bestaan en houden scholen keuzevrijheid. Nieuwe applicaties kunnen aansluiten op dezelfde afspraken, zonder dat gegevens hoeven te worden gecentraliseerd of scholen aan één leverancier vastzitten.

Deze principes zijn ook relevant voor nieuwe ontwikkelingen, zoals AI. Ook daar blijft de vraag centraal staan: welke gegevens worden gebruikt, door wie, voor welk doel en onder welke voorwaarden?